Klein fruit in de tuin

Een smakelijk lijstje

Er valt heel wat te kiezen als het om fruit gaat. Dat hangt ook van ieders smaak af. En klanten hebben graag een steuntje in de rug bij hun keuze. Bovendien hoeft het ook niet bij één fruitboom te blijven, afhankelijk van de ruimte. Fruitbomen zijn door hun bloei in het voorjaar ook nog eens een sieraad voor de tuin en goed voor bijen en andere bestuivers.


1. Appel - Malus domestica. Er is een ruime keuze op het gebied van appelrassen. Een belangrijk criterium is de smaak. De een houdt van zacht, zoet en sappig, de ander van wat zuurder en een stevige beet. En moet het een handappel zijn of moet je ermee kunnen bakken? Let op: voor de bestuiving is er een tweede appel nodig. Dat mag ook een sierappel zijn.

Goede appelrassen zijn cox, elstar, santana (hypoallergeen), Groninger kroon, red devil, rosette en greensleeves. Gezonde appelrassen zijn topaz, rajka, rubinella, rode Boskoop en alkmene.


2. Peer - Pyrus communis. Ook op perengebied zijn er heel wat rassen. Ze zijn grofweg te onderscheiden in handperen en stoofperen.

Goede handpeerrassen zijn: conference, doyenné du comice, concorde, bonne Louise, Clapp's favourite, Williams en beurré Hardy. Een goed stoofpeerras en tevens een zeer goede bestuiver is gieser wildeman.


3. Pruim - Prunus domestica. Pruimen zijn steenvruchten. Ze zijn er in verschillende kleuren: blauwzwart, rood, groen en geel. Ze zijn zoet, zoetzuur of zuur.

Goede pruimenrassen zijn: opal, mirabelle de Nancy, de kwets of bakpruim, reine-claude, jubileum en Victoria.


4. Kers - Ook kersen zijn steenvruchten. En ook hier kan de kleur variëren van geel tot bijna zwart. Botanisch gezien zijn er twee soorten kersen: de zoete kers (Prunus avium) en de zure kers (Prunus cerasus). Goede zoete kersenrassen zijn de gele Udense Spaanse, bigarreau Napoléon en de dikke zoete hedelfinger. Van vroeg naar laat zijn goede rassen: burlat, merchant, regina en kordia. De morel is een goede zure kers.


Bijzondere fruitsoorten


1. Mispel - Mespilus germanica. De Romeinen brachten deze struik al mee vanwege de mooie bloem. De Gelderse roos in het wapen van Gelderland is een mispel en geen Viburnum opulus. Een mispel wordt niet zo gegeten, maar halfrot, als de nachtvorst eroverheen is geweest. Niet voor niets luidt het gezegde 'zo rot als een mispel'.


2. Kweepeer - Cydonia oblonga. De planten zijn wat gevoelig voor perenroest. Met een beetje extra Biovin zijn ze iets sterker. De wat harde, onregelmatig gevormde vruchten zijn fantastisch te verwerken in tal van recepten en prachtig als decoratie in huis.


3. Abrikoos - Prunus armeniaca. Zet deze plant op de warmste plek van de tuin. De vruchten hebben een heerlijk zoete smaak en worden vaak uit de hand gegeten. Ze lenen zich ook perfect om te drogen.


4. Japanse peer of nashipeer - Pyrus pyrifolia. Deze peren, ook wel appelperen genoemd vanwege de ronde vorm, doen het goed in ons klimaat en zijn lekker. Ook de bloemen zijn erg mooi.


5. Moerbei - Morus nigra. Deze boom vormt gedurende een groot deel van de zomer vruchten die qua vorm wat weg hebben van bramen. De vruchten zijn een delicatesse. Het bijzondere is dat er meer vormen van bladeren aan één boom kunnen zitten.


6. Hazelnoot - Corylus avellana. Strikt genomen past deze boom niet in het rijtje. Het gaat hier om de eetbare kern van de vrucht van de hazelaar. Maar ook noten zijn lekker en leuk om zelf in de tuin te kweken.

7. Amandel - Prunus dulcis. De amandel is de pit van de amandelvrucht, te vergelijken met de abrikozenpit. Net als voor de hazelnoot geldt dat ze lekker zijn en leuk om zelf te kweken, en ze hebben een prachtige bloei in het zeer vroege voorjaar.




bron: vakbladdehovenier


29 keer bekeken0 reacties